Toespraken burgemeester

Toespraken van de burgemeester van de gemeente Groningen.

Stolpersteine Beth Zekenim

Koen Schuiling, 2 mei 2022

Geachte aanwezigen,

Dank dat u gekomen bent, naar wat ooit Beth Zekenim (1) was, een verzorgingshuis voor Joodse Groningers.

Vandaag onthullen we hier 38 Stolpersteine, Of ‘struikelstenen’. Betonnen stenen, met daarop een messing plaat waarin de naam, geboortedatum, deportatiedatum, plaats en datum van sterven zijn gestanst van de Joodse bewoners en personeelsleden van Beth Zekenim. Zij werden weggevoerd van hier en keerden niet terug.

Een paar weken geleden was de bedenker van de Stolpersteine in Groningen. In een interview haalde hij een citaat uit de Talmoed aan, dat hem ooit was aangereikt door de rabbi van Köln: “Een mens is pas vergeten als men zijn naam is vergeten”. Hij noemde de stenen een “herinneringspunt” voor nabestaanden(2).

Het is elke keer weer een indringende ervaring hoe de Stolpersteine die herinnering bewerkstelligen hoe ze bijdragen aan het ‘niet-vergeten’.

Je valt niet echt over de stenen, maar “je struikelt erover met je hoofd en je hart”, zoals een scholier ooit zei.

De stenen brengen ons niet alleen lichamelijk even uit balans, maar ook geestelijk. Ze vertragen de tijd en geven slachtoffers hun naam, hun bestaansrecht terug, ook als is het maar even.

En tegelijkertijd worden we daarmee herinnerd aan het onvatbare dat hier gebeurd is.

Beth Zekenim was het resultaat van een decennialange droom en inspanning van de Joodse gemeenschap.

Het begon rond 1850 met een paar kapitaalkrachtige leden van de Joodse gemeente, die een plek wilden realiseren waar ouderen terecht konden.

Dat lukte hen na enige tijd, maar de omstandigheden in het onderkomen waren niet best.

In de jaren 20 van de twintigste eeuw groeide de wens om een écht nieuw verzorgingshuis te bouwen.

Rijk en arme leden van de Joodse gemeente in Groningen droegen bij, soms in speciaal hiervoor gemaakte koperen spaarpotten. Uiteindelijk werd in 1932 een nieuw, passend gebouw geopend. Er kwam zelfs een eigen arts in dienst.

Na de inval van de Duitsers in 1940 werd het leven in Beth Zekenim langzaamaan moeilijker. Er was een tekort aan gas, kolen en elektriciteit. Alles was op rantsoen. Aan het begin van 1943 mochten er van de bezetter alleen nog zieke en onvervoerbare ouderen verzorgd worden.

Het bleek een voorafschaduwing van de verschrikkingen die de bewoners en het personeel van Beth Zekenim stonden te wachten .

Op 9 maart 1943 ontruimde de bezetter het verzorgingshuis. De oude, kwetsbare bewoners moesten op het Zuiderdiep in hun bedden wachten op de vrachtauto’s en bussen waarmee ze werden vervoerd.

De patiënten en het personeel werden naar Westerbork afgevoerd. Hun eindbestemming was vernietigingskamp Sobibor, waar ze direct na aankomst werden vermoord.

Met het plaatsen van deze stenen en het lezen van hun namen, dringt het besef opnieuw door dat het om mensen gaat die onze ouders of grootouders, onze buren, onze vrienden, onze collega’s hadden kunnen zijn, of misschien nog wel scherper, dat wij het zelf hadden kunnen zijn.

Het maakt dat wij ons zelf steeds weer opnieuw moeten afvragen wat wij nu doen om te voorkomen dat dit weer kan gebeuren.

Ik vind dat een moeilijke vraag. We zeggen telkens weer tegen elkaar ‘dat nooit weer’, maar we zien ook dat de ongekende wreedheid en blinde haat nooit ver weg zijn.

We zien ze soms sluipenderwijs onze samenleving binnen sijpelen, en soms worden we vanuit het niets geconfronteerd met door mensen veroorzaakt onmenselijk leed.

Wat kunnen wij daar aan doen? Ik weet het niet precies. Ik ben er wel van overtuigd dat het steeds opnieuw vertellen van de verhalen van hen die dat zelf niet meer kunnen, er wezenlijk onderdeel van is.

Omdat dat ons dwingt om na te denken over de vraag wat voor samenleving we willen zijn, en omdat verhalen ons kunnen helpen om de moed te vinden om op te staan tegen hen die onze vrijheid bedreigen.

Namens de gemeente Groningen wil ik daarom ook mijn dank uitspreken aan Joop Woldring, de Stichting Synagoge Folkingestraat en alle vrijwilligers die bij dit project betrokken zijn geweest.

Met hun betrokkenheid, inlevingsvermogen en onvermoeibare inzet helpen zij ons om te blijven herdenken, om een stem te geven aan hen die niet meer kunnen spreken en daarmee om elke dag werk te maken van een vrije samenleving.

Dank jullie wel.

Voetnoten

  1. Betekent: 'Huis voor Oudelieden'
  2. Nieuwsbericht RTV Noord Geestelijk vader Stolpersteine legt stenen in Stad: 'Een mens is pas vergeten als men zijn naam is vergeten'
     

Lege Plekken

Koen Schuiling, 29 april 2022 (gesproken woord geldt)

Geachte aanwezigen,

De laatste jaren realiseren we ons steeds vaker dat ons beeld van het verleden onvolledig is: er ontbreken feiten, er missen perspectieven, er zijn stemmen die niet gehoord worden.

Dat is problematisch, omdat onze geschiedenis ons doen en laten in het heden mede bepaalt. Geschiedenis ordent onze samenleving, het schept identiteiten, het vormt onze cultuur en onze tradities.

Onze omgang met ons verleden gaat om macht en onmacht, om erkenning en rekenschap, om groepsgevoel en om zingeving [1].

In een meerstemmige, democratische samenleving, is een zorgvuldige omgang met het verleden dan ook een grote verantwoordelijkheid van bestuurders en volksvertegenwoordigers.

Ons beeld van het verleden kan nooit volledig zijn, maar we kunnen het wel minder onvolledig maken. Voor die inclusiviteit is de overheid mede, en soms ook als eerste verantwoordelijk. 

In het bijzonder als onze rechtsvoorgangers in dat verleden een rol hebben gespeeld; en nog meer als deze rol tot nu toe onderbelicht is gebleven.

Omdat daar aanwijzingen voor waren leefde ook in Groningen al langere tijd de wens om onze eigen geschiedenis opnieuw te onderzoeken.

In oktober 2020 constateerden Journalisten van het programma Pointer dat veel gemeenten geen beeld hadden van hun betrokkenheid bij de ontvreemding van Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog.

Ze riepen op om onderzoek te doen. Onderzoek naar de ontvreemding én naar hoe de gemeenten na de oorlog omgingen met eigenaren of nabestaanden die hun huizen, panden of grond terug wilden. 

De stad Groningen kende voor de oorlog een van de grootste Joodse gemeenschappen van het land [2]. Van de ongeveer 3000 Joodse Groningers, bleven er na de oorlog maar een paar honderd over.

Het college van de gemeente Groningen wilde daarom duidelijk krijgen welke rol onze rechtsvoorgangers hebben gespeeld tijdens deze periode.

Het gaat hier om de voormalige gemeenten Groningen, Haren, Ten Boer, Hoogkerk en Noorddijk. Voor het gemak spreek ik over ‘de gemeente Groningen’.

De gemeente heeft professor doctor Maarten Duijvendak en doctor Stefan van der Poel van de Rijksuniversiteit Groningen gevraagd onderzoek te doen.

Zij hebben niet alleen de rol van de gemeente in relatie tot het Joodse vastgoed onderzocht, maar ook de Groningse politie, de opvang van Joodse slachtoffers na de oorlog, en de herinneringscultuur in Groningen.

We zijn de heren Duijvendak en Van Der Poel en hun team zeer erkentelijk voor het grondige en gedegen werk dat ze hebben geleverd. Zij zullen straks zelf ook hun onderzoek toelichten.

Het onderzoek is nu afgerond; ik zal daar vandaag op reflecteren. Toch moet ik de verwachtingen temperen: dit is pas het begin. In de komende maanden zullen college en raad een oordeel gaan vormen en bepalen wat er nu moet gebeuren. Ik kom daar straks nog op terug.

Vandaag wil ik niet alleen maar zakelijk naar het onderzoek kijken. Natuurlijk, we moeten weten of onze voorgangers volgens de regels en de afspraken hebben gehandeld. Met andere woorden: of ze het goed hebben gedaan.

Tegelijkertijd wil ik ook reflecteren op de vraag of ze rechtvaardig, redelijk en empathisch hebben gehandeld. Met andere woorden: of ze het goede hebben gedaan.

Ik zal bij dit alles niet in de details of de casuïstiek treden, maar mij beperken tot de hoofdlijnen. Dat neemt niet weg dat u waarschijnlijk ook weet dat er nog een enkele casus is waarvan mensen zeggen: hebben jullie dit nu goed en compleet in beeld?

Daarover kan ik zeggen dat wij samen en in goed overleg met de belanghebbenden onderzoeken hoe het precies zit. Dat zijn we hen verplicht en dat gaan we ook netjes doen.

Terug naar het rapport. Op hoofdlijnen stellen de onderzoekers vast dat de gemeente Groningen niet op grote schaal heeft geprofiteerd van de oorlogsomstandigheden. De gemeente Groningen heeft zichzelf niet verrijkt, zo schrijven zij.

Dat betekent niet dat de gemeente zonder zonde is. Om stadsuitbreiding mogelijk te maken, heeft zij enkele malen Joodse landbouwgrond en percelen gekocht [3]. Dat gebeurde in ieder geval twee keer nadat de Nederlandse regering in ballingschap had laten weten dat dit soort transacties als ‘te kwader trouw’ beschouwd moesten worden. We kunnen hier niet onvermeld laten, dat dit gebeurde terwijl Groningen een NSB-burgemeester had.

Tijdens de bezetting was de rol van de gemeente, in de woorden van de onderzoekers, “bovenal formalistisch, faciliterend en uitvoerend (…). De gemeente verleende vergunningen, voerde verordeningen uit en beheerde nauwgezet de administratie. Hierdoor droeg zij bij aan een procesmatige, bureaucratische wijze van vervreemding van Joods onroerend vastgoed.” Einde citaat.

Als ik vanuit het heden naar deze bevindingen kijk, dan kan ik niet anders constateren dan dat ik had gewild dat bestuurders en ambtenaren anders hadden gehandeld.

Maar is het eerlijk om dat nu te zeggen?

Ik meen dat we ook een poging moeten doen om te proberen te begrijpen onder wat voor omstandigheden besluiten moesten worden genomen, welke morele maatstaven toen golden en ook welke ruimte er was om daar naar te handelen.

De onderzoekers schrijven dat de bestuurlijke bewegingsruimte zeer beperkt was. De gemeenteraad mocht niet samenkomen, wethouders droegen geen politieke verantwoordelijkheid meer, de burgemeester had niets te zeggen over de politie. De democratie was opgeschort: in feite voerde men het beleid van de bezetter uit.

Bestuurders en ambtenaren bleven vaak op hun plek. Samenwerking met de Duitsers werd gezien als het minste, of als een noodzakelijk kwaad.

De Nederlandse regering had daar in 1937 ook opdracht toe gegeven: bij een eventuele vijandelijke inval moest alles zoveel mogelijk doorgaan. De regering had daarbij echter geen rekening gehouden met een langdurige bezetting door een wreed, autoritair regime. 

Ik weet ook niet wat ik had gedaan. Bij welke maatregel sta je op, of stap je op? En wat betekent dat voor jezelf, voor je gezin of anderen om je heen?

Hoe vaak kun je denken: na deze vreselijke maatregel stopt het vast. Of: als ik blijf kan ik misschien nog erger voorkomen.

Mijn voorganger, burgemeester Cort van der Linden, worstelde ook met deze dilemma’s. Hij schikte en plooide, probeerde door aan te blijven het ergste te verzachten en te voorkomen dat er een pro-Duitse opvolger zou komen. Het betekende wel dat hij ver met de bezetter mee moest gaan: zo ontsloeg hij communistische en Joodse raadsleden.

Tot twee keer toe stond hij op het punt om af te treden, maar de opperrabbijn vroeg hem aan te blijven. In september 1942 werd hij alsnog ontslagen door de bezetter, omdat hij protesteerde tegen de deportatie van honderden Joodse mannen. Cort van der Linden moest daarna onderduiken. En: er kwam alsnog een NSB-burgemeester; burgemeester Tammens.

In Haren weigerden ambtenaren mee te werken met de bezetter, sommigen moesten dat met hun leven bekopen, anderen moesten de rest van de oorlog onderduiken [4]. 

Wat was het goede om te doen? Hadden wij het anders gedaan? Ik weet het niet. Het maakt me wel voorzichtig om vanuit het heden te oordelen over het verleden.

Na de oorlog verliep het rechtsherstel via een afdeling van de Raad voor het Rechtsherstel. De gemeente liet op instructie van het Rijk het initiatief voor rechtsherstel bij de belanghebbende. De houding was afwachtend en formeel. De meeste zaken werden afgehandeld met een schikking, waarbij de grond bijna altijd in handen van de gemeente bleef en de aanvrager gecompenseerd werd.

Ook hier zien we een bureaucratische, zakelijke en weinig inlevende gemeente.

Dit beeld wordt versterkt als we kijken naar hoe Joodse Groningers die na de oorlog terugkwamen, werden opgevangen. Deze opvang werd georganiseerd door het Militair Gezag.

Velen van hen kwamen terecht in de Harmonie. Soms omdat er andere mensen in hun huizen woonden. Er was een groot te kort aan eigenlijk alles: Bedden, dekens, kleding, bestek, kranten… 

Mensen moesten op de grond op stro slapen. Er was in de samenleving weinig aandacht voor de ervaringen en het leed van de Joodse gemeenschap.

Groningen is daarin niet uniek. In heel Nederland was sprake van weinig inlevingsvermogen en een neiging om vooral regels en procedures voorop te zetten.

Ook naar de maatstaven van toen, schoot men tekort. Al in 1947 concludeerde een parlementaire enquête immers dat de Nederlandse regering op veel terreinen een gebrek aan durf en initiatief had getoond. Dat bijna al het handelen te formalistisch en bureaucratisch was. Een beeld dat op gemeentelijk niveau niet anders was.

Historica Michal Citroen merkte onlangs op, dat over veel van deze zaken vergaderd is dat mensen er over hebben nagedacht. Dat ze zich de vraag hebben gesteld: wat doen we als onze mensen straks terugkomen?

Waar het wringt, stelt zij, is dat de overheid er niet in slaagde om te “kunnen bedenken dat op een gegeven moment al die regeltjes, alles wat verzonnen was, moet wijken voor compassie." [5]

Kortom: misschien heeft men het na de oorlog binnen de wettelijke kaders dan wel goed gedaan, we moeten toch ook vaststellen dat is nagelaten om het goede te doen.

***

Nu dringt zich de vraag op wat we dit onderzoek moeten in het heden. 

Ik zie het als een plicht van elke generatie opnieuw. Om het verleden onder ogen te komen. Om het ongenoemde te benoemen. Want als we niet willen zien wat zich heeft voorgedaan, werpen we blokkades op in het heden en maken we de wond alleen maar dieper.

In sommige gemeenten zijn excuses aangeboden andere gemeenten stellen dat men binnen de wet is gebleven, al erkent men dat het handelen kil was.

Het gaat mij niet zozeer om de afwegingen van mijn collega’s. Ik vraag me wel af wat er verandert elke keer als we zeggen: Dat nooit weer; Opdat we niet vergeten; Of ‘sorry’.

Wassen we onze handen in onschuld en gaan we weer over tot de orde van dag? Of verandert ons gedrag, onze houding ook echt?

Een oordeel over toen verplicht ons ook om onszelf de vraag te stellen wat dat oordeel betekent voor het hier en nu. Alleen excuses volstaan dan niet. 

U heeft daarom na dit alles ook recht op een diepgaander antwoord. Ik kan u dat vandaag nog niet bieden.

Dit is ook omdat ik er zeer aan hecht om deze stukken eerst voor te leggen aan onze volksvertegenwoordigers. Om nu eerst de democratie te laten spreken, over een periode waarin haar het zwijgen was opgelegd. 

Dat is voor mij meer dan alleen een symbolische handeling. We moeten ons verleden gezamenlijk onder ogen komen en bespreken. Ons daartoe misschien zelfs dwingen, als het moeilijk wordt.

U mag van mij verwachten dat ik er alles aan zal doen om te bevorderen dat de gemeenteraad hier nog voor de zomer over spreekt. Die democratische verankering kan ons helpen, om de uitkomsten van het onderzoek te laten leiden tot verandering ten goede in het heden. Dat zijn we de nabestaanden verplicht. Dat zijn we de democratie verplicht. Dat zijn we onszelf verplicht. 

Dank u wel.

Voetnoten

  1. Vgl. Remieg Aerts, Papavers uit omgewoelde grond: groene.nl/artikel/papavers-uit-omgewoelde-grond
  2. Na Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.
  3. De aankopen lijken vooral ingegeven door opportunisme: men haalde een noodzakelijke aanschaf naar voren, wellicht tegen een gereduceerd tarief en zonder kosten te maken voor onteigening.
  4. Pieter Wierenga, wie was dat? oldgo.nl (pdf) 
  5. “Nederland gaat van oudsher slecht om met crises. Laat de overheid daar eindelijk van leren" De Volkskrant, 28 januari 2022.
     

Stand van Groningen

Toespraak door burgemeester Koen Schuiling ter gelegenheid van het Connection Diner Let’s Gro (4 november 2021). Gesproken woord geldt.

Beste mensen,

Dank dat u vandaag gekomen bent.

De onderhandelaars sleutelen momenteel in Groningen aan een nieuw kabinet. Ik mocht vandaag ook even aanschuiven. U zult begrijpen dat ik u er weinig over kan vertellen.

Ik kan wel zeggen dat ik de onderhandelaars heb verteld hoe veelbelovend de toekomst van Groningen is, en vooral ook hoeveel Nederland daaraan kan hebben. Als we er tenminste voor kiezen om daar aandacht voor te hebben.

Ik zie steeds vaker dat mensen bij Groningen alleen nog aan aardbevingen denken. En laat ik heel duidelijk zijn: die ellende moet opgelost. Snel, veilig en rechtvaardig. Maar ik zie ook dat er een zware deken over ons heen komt te liggen, die al het goede en mooie dat Groningen ook is, bedekt.

Ik heb dat aan de onderhandelaars gezegd. Eerder deze week heb ik het ook gedeeld met andere bestuurders in de regio. En vanavond zeg ik het ook tegen u. We hebben hier veel te doen. Maar we kunnen ook heel veel doen voor onszelf, voor de regio en voor Nederland.

Ik ga u vandaag vooral meenemen in hoe de gemeente Groningen ervoor staat. Dat zal ik doen aan de hand van een aantal cijfers. Maar ik zal u zo nu en dan ook vertellen wat onze potentie is. Zodat u een compleet beeld heeft van hoe het hier gaat en wat we hebben te doen.

Nu weet ik dat “niet alles wat telt, geteld kan worden en dat niet alles wat geteld kan worden, telt," [1] en daarom zal ik de cijfers ook van context en kleur voorzien.

Hoe staan we er dan voor? Groningen is inmiddels de zesde gemeente van het land. We strijden met Eindhoven om plek 5, en zij staan inmiddels zo’n 2000 inwoners voor. U vraag zich misschien af wat het uitmaakt dat we tot dat rijtje zes grote gemeenten horen.

Dat zit hem in twee dingen.

Nederland heeft een aantal beeldbepalende en economisch sterke regio’s. Deze regio’s zijn voor het hele land van belang. Daarom hebben zij de bijzondere aandacht van Den Haag en Brussel. Het gaat om de Randstad, Brainport Eindhoven, en Groningen. Nu moet ik bekennen dat ook nog niet iedereen in Groningen dat weet. Maar het is wel zo.

Er gebeuren hier echt prachtige en baanbrekende dingen rond energie, gezond ouder worden, digitale economie en voedsel.

Nu hoor ik u denken, “harde cijfers, Schuiling, die had je ons beloofd.” Fair enough.

Elke werkdag komen er 180.000 mensen van ’t Wad tot aan Midden-Drenthe naar de gemeente Groningen voor werk, studie of plezier. Twee op de drie inwoners in Noord-Nederland komt naar Groningen voor congressen, cultuur of ziekenhuisbezoek. Dat zijn 1 miljoen mensen.

Groningen is dus de spil in het noorden als het gaat om wonen, vermaak, innovatie en werk.

Veel mensen van buiten Groningen vinden ons desondanks ‘ver weg’. En misschien is dat helemaal niet erg. De vorige rijksbouwmeester, Floris Alkemade, schreef dat juist omdat in Nederland zich niet alles concentreert in één gebied, het buitengebied de plek is waar radicale vernieuwing kan en gaat gebeuren [2].

En ik zie dat ook gebeuren. Europa heeft Noord-Nederland aangewezen als eerste groene waterstofregio van Europa. We zijn daardoor een Europese waterstofkoploper. Niet voor niets
start het grootste groene waterstofproject van Europa in Groningen [3].

Ook is Groningen een Europees erkende voorloper op het gebied van gezond ouder worden, dankzij onze ziekenhuizen en het kenniscluster rond Healthy Ageing.

We hadden vijf jaar op rij na Amsterdam de meeste ondernemingen bij de 50 snelst groeiende technologiebedrijven in Nederland [4].

We zijn de tweede ICT-stad van het land [5].

Onze campus is de snelstgroeiende campus van Nederland, én de een na grootste qua werkgelegenheid. De campus telt 230 bedrijven en meer dan 20.000 banen. De komende jaren wordt er 500 miljoen in deze campus geïnvesteerd.

En, laten we niet vergeten dat we vrij recent nog een Nobelprijswinnaar hebben geleverd.

Onze omvang, onze ligging en onze potentie maken ons een speler van nationaal belang.

De tweede reden waarom het belangrijk is om te realiseren dat we “groot” zijn, is dat we daardoor ook te maken hebben met problemen die bij een grote gemeente horen. Dat gaat bijvoorbeeld om woningnood, armoede en criminaliteit. Daarover zo meer.

Want ik heb u nog niet eens verteld hoe groot we eigenlijk zijn. In 1995 woonden er nog 170.000 mensen in onze gemeente. Vandaag de dag zijn dat er ruim 235.000, met 186 verschillende nationaliteiten. Over twintig jaar gaan we naar 270.000 inwoners. Dat is net zo groot als Gent of Venetië.

Voor de fusie met Haren waren we ook de jongste gemeente van het land…We zijn nog wel de jongste stad, met een gemiddelde leeftijd van 36 jaar en een beetje.

Geen wonder, met zo’n 66.000 studenten die hier studeren. Daarvan wonen er 35.000 in de stad. Opvallend is dat er sinds 2015 10.000 studenten bij zijn gekomen, maar dat het aantal studenten dat in de stad woont, met 2.000 is gedaald [6]. Ik denk iets met het leenstelsel…

Van die 66.000 studenten komen er 11.000 uit het buitenland. Het merendeel komt uit Duitsland, ongeveer één derde. En op de tweede plek… Wat denkt u? Roemenië. (China staat pas op plek 6).

Overigens hoeft u zich voor eventuele grijze haren niet te schamen, want de hele gemeente wordt ouder. 1 op de 10 inwoners is straks ouder dan 75. Die groep groeit van 14.000 naar 24.000 mensen. Dat is maar net iets minder dan het totaal aantal inwoners van Veendam [7].

Er komen dus meer mensen , die steeds ouder worden en vaker alleen wonen.

Ondertussen staat de woningmarkt op knappen. Onder andere omdat pandjesbazen en beleggers huizen opkopen. In Groningen zijn er verhuurders die wel 300 panden bezitten [8]. We proberen dat op allerlei manieren tegen te gaan. Het belangrijkste is dat we tot en met 2030 20.000 nieuwe woningen gaan bouwen, alleen al in de stad. Dat gebeurt bijvoorbeeld op het voormalig Suikerunie-terrein, in de stadshavens en in de Held.

Gaat dat lukken? Ik heb goede hoop. Vorig jaar leverden we bijvoorbeeld 2.000 nieuwe woningen op. Dat is ook waarom u door een erehaag van bouwkranen rijdt als u de stad doorkruist. Wij verwachten dat de komende vijf jaar daarmee ook de spanning op de woningmarkt wat afneemt.

Al die extra huizen zorgen wel voor nieuwe vragen. We willen bijvoorbeeld ook elk jaar 1000 bomen planten en 6 voetbalvelden aan groen toevoegen in de openbare ruimte. Moet we straks kiezen tussen parken en parkeerplekken?

En zo zijn er nog talloze vragen: Hoe zorgen we dat er voor iedereen een plek is? Hoe houden we de stad bereikbaar, de dorpen en de wijken groen en veilig? Hoe organiseren en betalen we de zorg en de huishoudelijke hulp? En houden we dan nog geld over voor sportvelden en theaters? Welke voorzieningen hebben we eigenlijk nodig als onze inwoners ouder worden?

Al deze vragen hangen met elkaar samen. En de antwoorden die we als samenleving bedenken, bepalen voor een belangrijk deel hoe onze stad er over twintig jaar uit zal zien. Wat voor gebouwen er staan. Hoe groen onze straten zijn. Hoe we ons verplaatsen.

En misschien belangrijker nog wel, en dat vergeten we in al die cijfers wel eens: Hoe we de stad inrichten bepaalt ook hoe we contact hebben met onze buren, hoe sterk het sociale weefsel van onze wijken en dorpen is, en daarmee uiteindelijk hoe gelukkig we zijn.

Geluk.

Wist u Groningen in de top 5 staat van gemeenten met de meeste minima? In Groningen gaat het om ongeveer 24.000 inwoners [9]. Dat zijn mensen met een uitkering, met een klein pensioen, maar ook werkende mensen of mensen met een onderneming die niet altijd genoeg verdienen om rond te komen.

We weten dat arme mensen doorgaans korter leven, in slechtere gezondheid. Sporten en uitgaan zijn er voor hun vaak niet bij. Ze wonen in kleinere, oudere huizen in wijken waar de ellende zich stapelt. Maar bovenal hebben ze niet de ruimte in hun hoofd om nieuwe vaardigheden te leren, goed te plannen of werk te zoeken. Armoede is een negatieve spiraal waar moeilijk aan te ontsnappen valt.

En het raakt onze kinderen het hardst. Zo’n 4400 jongeren in Groningen lopen risico op achterstand door armoede, dat zijn er al snel 2 in elke klas [10].

Dat is onverteerbaar en daarom willen we als gemeente een plan ontwikkelen om armoede binnen 10 jaar uit te bannen. Dat zal veel van ons vragen, we kunnen dat ook niet alleen en ik weet ook niet of het ons gaat lukken, maar we zijn het aan onze inwoners verplicht om het te proberen.

Ik had het net over wijken waar problemen zich stapelen. Het zijn wijken die ook als eerste verrommelen. Ik denk dan aan ongewenste graffiti, rotzooi op straat en huizen in slechte staat.
Het zijn voorbodes van verdere verloedering en het vraagt van ons om op tijd in te grijpen.

Het zijn ook deze wijken waar inwoners zich het vaakst onveilig voelen. Waar de meeste drugsoverlast is. We zien ook steeds vaker jongeren, kinderen eigenlijk nog, die op straat kapmessen bij zich hebben en elkaar uitdagen met drillraps. Dit lossen we niet van de ene op de ander dag op, maar vraagt van ons een aanpak met een lange adem.

Als we kijken naar de veiligheid in de hele gemeente, dan zijn de meest recente cijfers wat vertekend door corona. Door de pandemie waren er in onze hele gemeente minder inbraken, minder vernielingen en minder geweldsincidenten. Maar dat betekent niet per se dat er minder misdaad is. Online nam cybercriminaliteit een grote vlucht: het aantal meldingen daarover verdubbelde.

Ook zagen we de overlast toenemen. De bloemetjes werden binnengezet, om het zo maar te zeggen. Het aantal meldingen van overlast steeg met bijna 60.000 naar 170.000 in 2020.

Ook hebben we de afgelopen tien jaar steeds vaker te maken met verwarde personen. Het gaat om heel verschillende mensen. Een deel heeft psychiatrische problemen, sommigen hebben een verstandelijke beperking of zijn dement, en regelmatig is er alcohol of drugs in het spel. De ergste uitwassen herinnert u zich vast: het jaagpad, Pathé, Hoogkerk. We ontvangen ongeveer 230 meldingen per maand, dat zijn er bijna 8 per dag. Agenten zijn hier veel tijd aan kwijt, terwijl zij daar helemaal niet voor zijn opgeleid.We zijn daarom vorig jaar een pilot gestart met een psycholance, een speciale ambulance die bemant wordt door een GGZ-verpleegkundige en een huisartsenchauffeur. In het eerste half jaar werd deze 411 keer ingezet [11].

Nu ben ik ervan overtuigd dat we op de vragen rond armoede en veiligheid, een goed Gronings antwoord gaan vinden. De dege degelkhaaid, de wille, vast as stoal. We trekken ons eigen plan, nuchter en vastberaden, ook als de rest achter een volgende hype aanrent.

Dat we dit kunnen, kan ik ook bewijzen. Iedereen verklaarde ons voor gek toen we in de jaren zeventig auto’s uit de binnenstad gingen weren. En - het lijkt nu onvoorstelbaar –
in 1996 nog stemde net 51% van de Groningers voor het officieel autovrij maken van het Noorderplantsoen [12].

En kijk wat het ons heeft gebracht: Nergens ter wereld fietsen relatief gezien zoveel mensen als in Groningen [13]. Meer dan de helft van de verkeersbewegingen is met de fiets [14]. We zijn ook de enige stad ter wereld waar alle fietsers met succes tegelijk groen krijgen. Op deze kruispunten zijn sinds de invoering 1989 geen dodelijke ongevallen meer voorgekomen tussen gemotoriseerd verkeer en fietsers [15].

Vorig jaar zijn we uitgeroepen tot gezondste stad van Nederland, Volgens de onderzoekers dankzij het weren van de auto uit de binnenstad. En dan hebben we ook nog eens de schoonste lucht van alle steden met meer dan 50.000 inwoners in Nederland [16]. Dat we nu een park op de ringweg zetten, bewijst voor mij ook hoe eigenwijs we ook zijn gebleven.

Ook op een ander vlak zijn we eigenwijs geweest. Dankzij de expertise van het UMCG kozen wij tijdens de eerste coronagolf al voor testen, testen, testen. En onze inwoners hielden zich ook goed aan de regels. Daardoor hebben we de pandemie redelijk goed doorstaan [17]. Maar ook in onze gemeente werden steeds meer mensen ziek. Sommige mensen verloren hun dierbaren.

Inmiddels heeft in onze provincie 82,4% van de Groningers een eerste prik gekregen en is 80,5% volledig gevaccineerd [18]. De GGD zet momenteel zo’n kleine 4000 vaccinaties per week, het percentage loopt dus nog op.

Aan het begin van de pandemie was men somber over de economische vooruitzichten. Ik ben daarom ook opgelucht dat de meeste winkels en horecazaken het hebben gered. Al weet ik ook, dat sommige zaken het nog steeds heel moeilijk hebben. We zien ook, net als in het hele land, dat de arbeidsmarkt krap is. Dat is, gezien de berichten van een jaar gelden, goed nieuws.

Tijdens de pandemie heb ik Groningen op zijn best gezien. Als je het nieuws volgt dan kun je zomaar gaan denken dat corona mensen alleen maar tegen elkaar opzet, maar in Groningen heb ik de inwoners naast elkaar zien staan. In de dorpen en in de stad stonden mensen voor elkaar klaar, ook onder de moeilijkste omstandigheden.

Ik wil maar zeggen: er komt misschien veel op ons af, maar we kunnen dat op onze eigen, Groningse manier oplossen.

U weet nu hoe de gemeente Groningen er op hoofdlijnen voorstaat. We zijn een gemeente met veel potentieel en tegelijkertijd grote opgaven. We hebben het in Groningen wel eens over een tweedeling. Soms is die zichtbaar, soms verborgen. We kunnen niet alleen maar zeggen, ‘dit hoort bij een grote gemeente’. We hebben een opdracht om onze gemeente steeds te verbeteren.

Ik weet dat de gemeente dat niet alleen kan. Onze toekomst is aan ons allen. En u mag van mij alle cijfers die ik heb genoemd weer gerust vergeten, ik zal u niet overhoren, maar ik vraag u wel om elk van uit uw eigen expertise, netwerk en ervaringen de komende jaren met ons te werken aan de toekomst van Groningen.

Dank u wel.

Voetnoten

  1. Citaat van William Bruce Cameron.
  2. Alkemade, De toekomst van Nederland, p114-119.
  3. shell.nl/grootste-groene-waterstofproject-van-europa-in-groningen
  4. Van 2015-2020
  5. dvhn.nl/ICT-stad-geeft-visitekaartje-af
  6. (6) 36.925 in 2015
  7. Veendam heeft ca. 27.000 inwoners.
  8. volkskrant.nl/van-wie-is-nederland
  9. Ruim 17.000 huishoudens. Bron: OI&S
  10. 1:8 kinderen bij 15% van de bevolking (235.0000 die tussen 0-17 is.
  11. oogtv.nl/psycholance-in-het-eerste-half-jaar-411-keer-ingezet
  12. oogtv.nl/wat-vindt-u-na-25-jaar-van-het-autovrije-noorderplantsoen
  13. groningenfietsstad.nl
  14. dvhn.nl/Nederlanders-fietsen-verreweg-het-meest-wereldwijd-en-de-stad-Groningen-doet-een-flinke-duit-in-het-zakje
  15. groningenfietsstad.nl/alle-richtingen-tegelijk-groen
  16. nu.nl/groningen-heeft-beste-luchtkwaliteit-amsterdam-en-nijmegen-slechtste
  17. Ongeveer 270 mensen zijn overleden aan covid in de provincie Groningen.
  18. ggd.groningen.nl/update-verspreiding-coronavirus-in-groningen