U bent hier

Zomerdrukte voor brugwachters Diepenring

Dagelijks trekken er gemiddeld honderd schepen door de stad. In de zomer zijn dat er nog meer.

Brugwachter Fokke Spoelstra doet al 35 jaar voor al die boten de brug open. In de binnenstad moet hij elke brug ter plekke openen, om het verkeer goed in de gaten te kunnen houden.

Half tien

Het begint elke ochtend om half tien. De buitenste gemeentelijke bruggen worden van een afstand bediend in het Havenkantoor. Er is ook een aantal grotere bruggen van Rijkswaterstaat en Provincie, die hebben bediening vanuit de Oostersluis. De eerste brug die je vanuit Delfzijl tegenkomt, die ter plekke bediend wordt, is de Oosterhavenbrug.

Knoppen

Fokke laat zien hoe het moet: eerst de lampen op rood, dan de bomen dicht, en dan de brug omhoog. De eerste drie schepen varen vanuit het Eemskanaal de Diepenring op. Als de brug weer dicht is, springt hij op de fiets. Zijn collega is al bij de Trompbrug, dat is de fietsbrug bij de Oosterpoort. Fokke fietst een brug verder en is precies op tijd om dezelfde drie boten door te laten. Zo fietst Fokke dagelijks ruim dertig kilometer. Door weer en wind. “Als brugwachter moet je een goede fiets en een goed regenpak hebben.”
Samen met zijn collega begeleid hij ze tot de Zuiderhaven. Daarna neemt een ander duo de schepen over, om ze over de A te leiden. Deze vaarweg is onderdeel van de “staande masten route” die van Delfzijl via Friesland, Noord- en Zuid-Holland naar Zeeland loopt. Dat betekent dat je met je zeilschip nergens een obstakel tegenkomt waarvoor je je mast moet strijken.

Liefde

De liefde voor de scheepvaart zat er al vroeg in bij Fokke. Hij werkte in de scheepvaart, toen hij als invalkracht de bruggen ging bedienen. En nu doet hij het nog steeds graag: “De afwisseling is mooi, je hebt verschillende soorten bruggen, verschillende schepen. Soms doe ik de bediening op afstand.” Die bediening op afstand gebeurt bovenin het havenkantoor aan de Oosterhaven. Drie medewerkers zitten daar achter reusachtige beeldschermen.
Met z’n drieën zorgen ze ervoor dat de schepen soepel de stad in en uitkomen. De centralist houdt via de portofoon contact met brugwachters langs de diepenring. Het openen en sluiten van bruggen en slagbomen gaat met een klik van de muis. Met verschillende camera’s houden ze het verkeer op de brug en in het water in de gaten.

Verkeer

“Zo’n bediening is in het drukke centrum niet handig,” vertelt Havenmeester Harry Engel. “Daar is zoveel verkeer, dat het niet te doen is om dat op de camera in de gaten te houden.” Fokke is inmiddels bij de Emmabrug. “Ik probeer altijd zoveel mogelijk de mensen tevreden te houden, maar het is lastig. Of ik wacht langer, dan is het wegverkeer blij en zijn de schippers ontevreden. Of ik doe de brug meteen omhoog en dan is het andersom. Je doet het nooit helemaal goed.” Als de drie schepen weer zijn brug passeren, zwaait hij vriendelijk: “Dat hoort er wel bij.” Met de portofoon vraagt hij of er nog vaarverkeer aankomt. “Nee? Dan ga ik weer richting Oosterhavenbrug.”