U bent hier

4 mei-toespraak burgemeester Schuiling

Vandaag heeft burgemeester Schuiling zijn 4 mei-toespraak gehouden. De volledige tekst van de toespraak staat hieronder. 

Goedenavond,

Vandaag herdenken we de Nederlandse oorlogsslachtoffers

die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog

waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord

in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Achter dat onvatbare getal schuilen een vader, een zus, een vriend,

Het is onze plicht om de herinnering aan hen levend te houden, om gehoor te geven  aan de tijdloze opdracht die zij ons hebben ingeprent:

dat nooit weer.

Het is belangrijk dat we hier stil bij staan,

dank, dat u vanavond meedoet.
 

De oorlog ligt steeds verder in het verleden:

Met elk jaar dat voorbij gaat,  zijn er minder ooggetuigen over en vervagen de herinneringen;

De oorlogen die nog woeden in de wereld, zijn ver bij ons vandaan.

We vergeten daardoor misschien wel eens hoe moeilijk het is, om de democratie voor iedereen te laten werken,

en hoe makkelijk het is, om twijfel te zaaien over haar verworvenheden.

We zijn gewend geraakt aan de democratie, gewend geraakt aan onze vrijheid.

Pas als de vrijheid ons wordt ontnomen, al is het maar een beetje,

pas dan realiseren we ons weer hoe belangrijk ze voor ons is.

Onlangs kopte een landelijke krant dat Democratie voor veel jongeren een vaag begrip is. [1]

De helft van de Nederlandse jongeren tussen de 12 en 14 vindt het niet zo belangrijk om in een democratisch land te leven.

Een op de drie tweedeklassers weet niet eens of ze in een democratie leven.

En twee van de drie kinderen praten bijna nooit over maatschappelijke problemen niet met hun ouders, en niet in de klas.

Dat is een zorgelijke constatering. 

Holocaust overlever Elie Wiesel zei ooit

“dat het tegenovergestelde van liefde niet haat is, maar onverschilligheid”

Het is onverschilligheid die vreet aan democratische waarden, aan verdraagzaamheid, aan vrijheid.

Daarom herdenken we; Vertellen we steeds opnieuw de verhalen van hen die dat zelf niet meer kunnen.

Om te laten zien dat juist ook hele gewone mensen, onmenselijke moed kunnen opbrengen om het goede te doen,

om op te staan tegen tirannie en onverdraagzaamheid; zelfs als ze daar de hoogste prijs voor moeten betalen.

Zoals de Harense ambtenaren die in hun dagelijkse werk de plannen van de bezetter saboteerden.

Ze stalen en vervalsten persoonsbewijzen en andere papieren. Ze weigerden namen te leveren van mannen die te werk gesteld konden worden.

Sommigen moesten hierna de hele oorlog onderduiken. Eemke van der Veen werd hiervoor in Kamp Vught gefusilleerd.

Gemeentesecretaris Wierenga werd in Vries door de Duitsers doodgeschoten.

In Ten Boer lieten inwoners zien dat ook onder de moeilijkste omstandigheden hulp aan een ander mogelijk blijft.

De ruim vijfduizend inwoners verleenden onderdak aan zo’n vijftienhonderd vluchtelingen,

Mensen die waren gevlucht voor geweld en honger. Ze werden zo goed ontvangen dat sommigen in Ten Boer later een paradijs noemden.

Of denk aan de Groningse Siet Tammens, die de leiding had over een verzetsgroep in de stad Groningen.

Nadat ze was opgepakt en ter dood werd veroordeeld, overleefde ze toch het concentratiekamp Borkum.

Ze werd zelfs 100 jaar oud. Siet bleef tot op hoge leeftijd vertellen over wat ze had meegemaakt,

omdat ze duidelijk wilde maken waarom ze het verzetswerk had gedaan: “vanwege het onrecht dat mensen elkaar aan kunnen doen" ,

zei ze,  en"om de fakkel van de strijd tegen onrecht en discriminatie door te geven aan de jeugd".

Het is nu aan ons om die woorden van Siet Tammens ter harte te nemen.

Het zaadje van onverdraagzaamheid is zo geplant. Voordat je het weet, woekert het door de hele samenleving.

Maar het omgekeerde is ook waar: Door alert te zijn, kunnen we het uitrukken en voorkomen dat het ons maatschappij verstikt.

Dat hoeft niet altijd met grote woorden,

Het zit juist ook in de kleine dingen.

Dat we thuis en op school met onze kinderen praten over wat we zien en horen.

Dat we het goede voorbeeld geven en onze mond niet houden als we uitsluiting zien.

Dat we ervoor kiezen om niet onverschillig te zijn, ook als dat moeilijk is.

Dat is de taak die voor ons ligt.

Een plicht die met het verstrijken van de jaren niet aan belang verliest.

Dank u wel.