U bent hier

Insectenlint moet tegenwicht bieden aan ‘groen asfalt’

Bewoner en ambtenaar bij insectenlint in De Buitenhof

Op steeds meer plekken in de gemeente leggen we ze aan: bijen- of insectenlinten. Laatst nog aan de Prinsesseweg in de Groningse Oranjebuurt, waar het insectenlint aansluit op dat van de Zonnelaan. Wethouder Glimina Chakor van Groen & Klimaatadaptatie klom daar in een trekker om het laatste gele zand te storten. Maar ook in de Groningse wijk De Buitenhof, achter het Stadspark, komen insectenlinten. Bewoner Ellen Reehorst, actief in de werkgroep groen van buurtcommissie Buitenhof, en Hemmo Jager, technisch specialist ecologie bij de gemeente, leggen uit waarom.

De Buitenhof is een rustige woonwijk met lange, kaarsrechte lanen. De buurt ligt ingeklemd tussen de drukke A7 en de Peizerweg, maar met het Stadspark op loopafstand. Tussen de wijk en het Stadspark ligt een brede strook natuur die hoort bij de ‘gemeentelijke ecologische structuur’. Vanuit haar huis aan de rand van de wijk kijkt Ellen hierop uit.  

Laagje geel zand

Dwars door de wijk, van noord naar zuid, loopt de brede Hunsingolaan. Over de gehele lengte van de straat heeft de gemeente op de grasstroken aan weerszijden van de rijbaan een laagje geel zand gestort. Gaat dit komend voorjaar een walhalla voor bijen en andere insecten zijn?

Verticuteren

“In zo’n grasstrook tref je naast gras ook veel mossen aan”, vertelt Hemmo. “Daarom hebben we het gras eerst geverticuteerd. Dan snijd je de graszode open waardoor de structuur opener wordt. Het laagje zand is voor het kiemen van de zaden. De kruiden en bloemen moeten komend voorjaar sneller opkomen dan het gras. Het insectenlint zal er dit voorjaar nog vrij bescheiden uitzien, maar in 2021 zal het beeld al heel anders zijn.”

Kruiden

“We hebben deze methode nog niet vaak toegepast”, zegt Hemmo. “Het alternatief is dat je de graszoden eraf schraapt. Dat heeft een behoorlijke impact. Zoals we het nu doen, is de ingreep minimaal en kun je de kruiden toch aan de gang krijgen.”

Nectar onder het maaimes

‘De kruiden’, dat is in De Buitenhof het bloemrijke graslandmengsel ‘nectar onder het maaimes’. Dit kruidenmengsel is ontwikkeld door het Friese bedrijf Cruydt-Hoeck, in samenwerking met de gemeente Groningen. Het mengsel, met onder andere pinksterbloem, boterbloem en madeliefje, is geschikt voor grasstroken die eens per drie tot vier weken gemaaid worden. De soorten in het mengsel kunnen in het lage gazon dat je dan krijgt vaak toch bloemen vormen die benut kunnen worden door bestuivende insecten.

Hunsingolaan

“Je kunt ook voor andere bloemrijke mengsels kiezen”, zegt Ellen, die van huis uit bioloog is, “maar dan wordt het erg hoog. Dat is in deze wijk niet wenselijk. Daarom heeft de gemeente bewust gekozen voor een mengsel met planten die laag blijven. Ook gaat de gemeente regelmatig maaien.”

Hunsingolaan

 

Bloembollen planten

“We zijn in De Buitenhof al veel langer bezig om de wijk groener te maken”, zegt Ellen. “Sinds een jaar of vijf planten we met een groepje buurtbewoners elk jaar vroegbloeiende bloembollen zoals sneeuwklokjes en krokussen. Die bloemen leveren het eerste stuifmeel aan insecten die uit de winterslaap komen. De gemeente stelt de bollen ter beschikking en wij zorgen ervoor dat ze in de grond komen. Naar aanleiding daarvan hadden we met de gemeente gesprekken over het maaien, want de stroken met bollen erin moeten wat later gemaaid worden. Toen ontstond het idee om hier dan ook een insectenmengsel in te zaaien. Aan de Peizerweg is al een insectenlint en de Hunsingolaan sluit daar mooi op aan. Aan de andere kant van de Hunsingolaan komt ook een insectenlint, op de Fivelgolaan.”

Vlinders, sluipwespen en sprinkhanen

Is het nou ‘insectenlint’ of ‘bijenlint’? “Insectenlint”, vinden Ellen en Hemmo. “Want we doen het niet alleen voor de bijen”, zegt Hemmo. “Het is ook goed voor andere insecten zoals vlinders, sluipwespen en sprinkhanen.” Of de insectenlinten nodig zijn, is voor Ellen en Hemmo geen vraag. “Het voedselaanbod voor insecten en daardoor ook voor vogels is in de afgelopen jaren steeds beperkter geworden. In het buitengebied, maar ook in de stad. Met de insectenlinten zorgen we voor meer biodiversiteit”, zegt Hemmo.  

Groen asfalt

“Vroeger was de omgeving van de stad veel bloemrijker”, vult Ellen aan. “Maar in weilanden groeit nu alleen maar gras en verder niks. Efficiënt voor de boer, maar een insect heeft er niks aan. Je hoort er daardoor ook geen vogels meer. Het is een dooie boel in het buitengebied. We noemen zulke weilanden ook wel ‘groen asfalt’”.

Minder vaak maaien

De insectenlinten in de stad, maar bijvoorbeeld ook in Glimmen, kunnen een beetje tegenwicht bieden. “Je kunt wel denken dat het een druppel op een gloeiende plaat is, maar hiermee maken we mensen wel bewust van het probleem”, zegt Ellen. “Ik hoop dat het bewoners aan het denken zet. En dat ze zeggen: ik kan mijn gazon ook wel wat minder vaak maaien.”

Wethouder Glimina Chakor bij insectenlint in Prinsesseweg