U bent hier

In 'Vaktaal' leren jonge statushouders 'hoe het werkt' in Nederland

Thuis 050 is in maart een pilot gestart met ‘Vaktaal’, een taalcursus die jonge statushouders begrippen leert die ze nodig hebben in hun werkpraktijk. Daarnaast leren ze hier ook ‘hoe het werkt’ in Nederland, van huisregels tot je ziek melden. De pilot duurt tot de zomervakantie. Kijk in de video hoe vaktaal voor jonge statushouders er uitziet in de praktijk.

Thuis 050 werkt in deze pilot samen met iederz en het Alfa-college. Bij iederz doen de jonge statushouders werkervaring op, het Alfa-college ondersteunt met taallessen. Ook doen er statushouders mee die al op andere werkplekken binnen de gemeente werken.

Nieuwe woorden

Renske Feddema is taaldocente bij het Alfa-college. Vaktaal is nodig, zegt ze. “Als je in Nederland komt, ben je verplicht om in te burgeren. Je leert basistaal als boodschappen doen en een woning huren. Maar als je gaat werken leer je zoveel nieuwe dingen, en zoveel nieuwe woorden, in de praktijk zit daar echt een hiaat. Bedrijven geven soms aan dat ze niet goed met deze nieuwe werknemers kunnen communiceren.”

Lassen zonder bril

“Ik heb bijvoorbeeld meegemaakt dat iemand aan het lassen was zonder veiligheidsbril, zonder overall. Dat had hij in zijn thuisland jaren gedaan. Hier zijn de regels anders, daar loop je in de praktijk steeds tegenaan. Thuis 050 heeft toen gezegd: we moeten meer doen dan alleen werkervaring bieden. Jonge statushouders moeten ook leren hoe het gaat in Nederland en welke taal je daarvoor nodig hebt.”

Nooduitgang

‘Vaktaal’ is een breed begrip, meent Renske. “Het varieert van gereedschap en materialen tot regels in een bedrijf. ‘Pauze’ is ook vaktaal, net als ‘nooduitgang’. Dat leer je niet bij basis Nederlands. Maar het is ook: reflecteren op je zelf. Wie ben je, wat kun je en wat wil je? En we besteden ook aandacht aan: hoe blijf je gemotiveerd? Wat doe je als je je werk niet leuk vindt?”

Werkvormen

Thuis 050 en Alfa-college maken de lessen zelf. Er zijn 10 modules, die op dit moment gevolgd worden door 3 groepen. “We hebben steun aan het programma ‘Werkfit’. Bij hun filmpjes maken we zelf lesmateriaal. Het is bij deze groepen belangrijk om afwisselend te werken, met verschillende werkvormen. We laten zien wat en hoe je iets kunt zeggen, geven handvaten en er is ruimte voor oefening.”

Motivatie

De pilot duurt tot de zomer. Wat er daarna gaat gebeuren is niet bekend. “Hopelijk kunnen we verder, maar dat is nog niet zeker.” De motivatie onder de jongeren is in ieder geval groot. “Deze lessen staan dicht bij de praktijk. Ze willen echt de taal leren en wéten ook waarom ze de taal willen leren. Dat geeft ons ook veel voldoening.”