U bent hier

Gemeente houdt ganzenstand stabiel door oliën eieren

Ganzenpas

Diervriendelijke methode die voorkomt dat de ganzenpopulatie te groot wordt en hun leefgebied te klein.

De gemeente houdt de ganzenstand in de parken stabiel door het oliën van eieren die nog niet ver bebroed zijn. Het gaat om een diervriendelijke methode die voorkomt dat de ganzenpopulatie te groot wordt en hun leefgebied te klein. Hierdoor blijft het totaal aantal boerenganzen al jarenlang rond de 250 schommelen. Zo beperkt de gemeente ook de overlast zoals lawaai, poep en hinder voor het verkeer.

Tekst gaat verder onder de foto.

Ganzen met jongen in vijver

Stadsecoloog Hemmo Jager van Stadsbeheer houdt de stand van de boerenganzen in de gaten in onze gemeente. “Vroeger werden ganzen vergast als daar te veel van kwamen, dat willen we niet meer. Liever een ei behandelen dan ganzen doden. Voor het beheer schakelen we het bedrijf Hofganzen in.”

Oliën

“We dompelen de eieren onder in een emmer water. Als het ei zinkt, is het ei nog niet ver bebroed en zit er geen dooier in. Deze eieren smeren we in met maïsolie. Hierdoor kan er geen lucht meer doorheen komen. Eieren waar al wel een kuiken in zit, laten we wel uitkomen.” Na de behandeling met olie gaan alle eieren terug in het nest. “Maar door al vanaf februari deze nestcontroles te houden, worden er weinig kuikens meer geboren. Pas als een gans overlijdt, laten we ook weer jongen ter wereld komen”, aldus Hemmo.

Boerenganzen

Hoewel er ook in dit jaargetijde nog nestcontroles plaatsvinden, ligt het accent in het beheer nu meer op andere dingen. “Zijn de ganzen nog gezond? Is er een gans aangereden door een auto of gebeten door een hond?” Let wel: het gaat hierbij alleen om de, meestal witte, boerengans. “Die is honkvast, blijft meestal in dezelfde vijver en kan niet vliegen. De boerengans is niet wettelijk beschermd en daarom mogen we daarop het beheer doen.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Nijlgans

Nijlgans

De meer eendachtige bruine nijlgans met lange nek is een exoot die mensen oorspronkelijk als siervogels hielden en uitbrak naar de parken. Hoewel de nijlgans niet beschermd is, neemt de gemeente tegen hun groeiende populatie tot nu toe nog geen maatregelen. Dat is ook minder nodig. Als de kuikens groot zijn, zoeken vooral de mannetjes andere gebieden op die wel 100 kilometer van hun huis kunnen liggen. Het vangen van zo’n nijlgans is ook tamelijk onmogelijk. “Ze slaan hun vleugels uit en vliegen weg. Dan zou je een hoogwerker nodig hebben.” Hierdoor zie je in bijvoorbeeld het Noorderplantsoen nijlganzen waggelen met een grote schare kroost.

Agressief

Ze verdedigen fel hun territorium. “Nijlganzen zijn agressiever en jagen de andere ganzen ook weg. Ik zag een keer in de Hamburgervijver nijlganzen in het water die de boerenganzen op de kant hielden. Nijlganzen vallen ook eerder mensen aan als je te dichtbij komt.” Voor boerenganzen hoeven voorbijgangers volgens Hemmo niet te vrezen. “We horen wel eens dat mensen er niet langs durven te lopen. Maar boerenganzen bijten slechts sporadisch als ze jongen hebben. Soms komen ze met slissende tong en gespreide vleugels op je af. Meestal is dat dan omdat ze verwachten brood te krijgen.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Ganzen voeren

Voeren

Daarover is Hemmo klip en klaar. “Het zou het mooist zijn als je ze niet voert. En al helemaal niet in dit jaargetijde. Ganzen eten grassen en waterplanten, daarmee redden ze zich prima. Brood is ook niet hun normale voedsel, er zit te veel zout in. Helaas geven mensen zoveel brood dat er voedingsstoffen in het water komen. Dat leidt tot blauwalg, botulisme en ratten.” Bovendien kan voeren gevaarlijke situaties opleveren voor het verkeer. “Als je met een plastic zak bij de Gorechtkade loopt, vliegen 33 ganzen aan de andere kant met een noodgang de weg over.”

Ganzen leasen

Aan dezelfde Gorechtkade waren er een keer 5 ganzen van verder weg bijgekomen. “Dan vangen we ze en brengen ze naar Hofganzen in Dalen.” Een flink eind uit de buurt dus. “Geïnteresseerden kunnen die ganzen dan zonder betaling leasen voor in hun eigen tuin. Zo krijgen ze ergens anders een goed leven.”

Wilde ganzen

Bij tellingen in de provincie bleek dat bijna de helft van de aangetroffen wilde ganzen zoals Canadese ganzen in stedelijk gebied bivakkeert. “Zij lusten ook graag een plakje brood en hebben in de stad geen vijanden. Er is geen vos om even een gans te pakken.” Zulke Canadese ganzen vind je bijvoorbeeld in het Boeremapark in Haren. “Ik kan me voorstellen dat mensen last hebben van het lawaai als er daardoor meer ganzen bijkomen. Maar voor het aanpakken daarvan heb je een ontheffing nodig en moet je duidelijk aantonen waarom je dat doet. Ze vallen onder de natuurbescherming en daarbij is de provincie het bevoegd gezag.” Toch klagen mensen volgens Hemmo slechts zo’n 10 keer per jaar over ganzenoverlast. “Als dat wel gebeurt, kijken we wat we eraan kunnen doen.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Nijlganzen

Minder eenden

Waar de ganzenstand op peil blijft, gaat het met de eendenpopulatie minder goed. Op plekken als het Noorderplantsoen, Park Selwerd en het Molukkenplantsoen zitten elk ruim 60 eenden. “We zien een pittige afname van eenden in het Noorderplantsoen. Zij hebben last van netjes kort gemaaid gras en hondenlosloopvelden. Ook zijn er door bezuinigingen op onderhoud minder heestervakken waar ze kunnen broeden. We voeren dan ook geen beheer op eenden, dat mogen er rustig meer worden.”

Zwanen

De zwanenpopulatie is daarentegen stabiel en geniet bescherming. Ook zij zorgen wel eens voor overlast. “Als een zwaan zichzelf weerspiegeld ziet in de ruit van een auto of bus, maken ze aanvallende bewegingen. Je kunt het beste met een grote boog om ze heen lopen. Als je zwanen met een bezem probeert te verjagen, reageren ze daar agressief op.”