- Wat is de Wmo?
- Welke gemeentetaken vallen onder Wmo?
- Wat is nieuw in de Wmo?
- Wie heeft welke verantwoordelijkheid bij maatschappelijke ondersteuning?
- Hoe komt het Wmo-beleid tot stand?
- Biedt elke gemeente dezelfde ondersteuning?
1. Wat is de Wmo?
De Wmo is de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het is een nieuwe wet die per 1 januari 2007 in werking is getreden. De Wmo heeft de gemeente een aantal taken gegeven die in het verleden vielen onder de Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk en de huishoudelijke verzorging (voorheen AWBZ). Het is dus een uitbreiding van een aantal terreinen waar de gemeente sinds jaar en dag actief mee is in de wijken en de stad. Maatschappelijke ondersteuning moet ervoor zorgen dat iedereen kan meedoen in de maatschappij. Dat mensen zelfstandig kunnen wonen en leven in hun eigen huis, wijk of buurt. Wat daar voor nodig is verschilt van persoon tot persoon. De gemeente heeft in de Wmo een centrale rol, immers de gemeente kent haar inwoners en is bij uitstek in staat om in te spelen op de lokale behoeften.
2. Welke gemeentetaken vallen onder Wmo?
In de Wet maatschappelijke ondersteuning worden negen terreinen (zogenaamde prestatievelden) genoemd waarop de gemeente maatschappelijke ondersteuning moet leveren, als dat nodig is. Deze terreinen zijn:
- het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken en buurten;
- op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met het opgroeien en ondersteuning van ouders met problemen met opvoeden;
- het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning;
- het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;
- het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het bevorderen van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem;
- het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer;
- maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang en huiselijk geweld
- het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen
- het bevorderen van verslavingsbeleid.
In de wet worden de prestatievelden aangeduid met beleidsterreinen.
3. Wat is nieuw in de Wmo?
Lang niet alles wat onder de Wet maatschappelijke ondersteuning valt is nieuw. Veel onderdelen, zoals de voorzieningen voor gehandicapten op het gebied van vervoer en rolstoelen waren ook voor 2007 al een taak van de gemeente. Dat geldt ook voor de welzijnsvoorzieningen, zoals jongerenwerk, ouderenadvies, bewonersondersteuning of daklozenopvang. Door de Wmo kan de gemeente de maatschappelijke ondersteuning veranderen, bijvoorbeeld door vormen van ondersteuning beter op elkaar af te stemmen. Zaken die al goed liepen, zal de gemeente bij voorkeur in stand houden en verder intensiveren.
De Wmo bevat ook taken die nieuw zijn voor de gemeente. Het gaat dan vooral om taken die vanuit de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) zijn overgegaan naar de gemeente. Zo moet u voor huishoudelijke verzorging bij de gemeente zijn.
4. Wie heeft welke verantwoordelijkheid bij maatschappelijke ondersteuning?
In de Wmo zijn burgers zelf als eerste verantwoordelijk om mee te doen en dat voor iedereen mogelijk te maken. Dit kan in de vorm van vrijwilligerswerk, buurtcomités of mantelzorg. Voor mensen die niet in staat dit zelf te organiseren, zorgt de gemeente dat er goede voorzieningen zijn. Het kan dan gaan om mensen met beperkingen door ouderdom, handicap, een chronisch psychisch probleem of psychosociale problemen, ouders van kinderen met opvoedingsproblemen, verslaafden en vrouwen die crisisopvang nodig hebben. Het kan dan gaan om groepsgewijze voorzieningen, zoals collectief vervoer, welzijnsvoorzieningen of voorliggende voorzieningen, zoals warme maaltijden aan huis, of individuele, persoonlijke voorzieningen, zoals een rolstoel, woningaanpassing of huishoudelijke verzorging. Ook regelt de gemeente een goede informatievoorziening via één lokaal loket voor alle vragen rondom wonen, zorg en welzijn.
5. Hoe komt het Wmo-beleid tot stand?
De gemeente kan zelf invulling geven aan het Wmo-beleid en hierin eigen keuzes maken. Een van de opdrachten binnen de Wmo is om burgers te betrekken bij de beleidsvorming. Om tot een evenwichtig en afgewogen beleid te komen gaan de verantwoordelijke wethouders daarom in gesprek met de burgers, betrokken organisaties en vertegenwoordigers van onder andere patiëntenverenigingen en raden in Groningen.
6. Biedt elke gemeente dezelfde ondersteuning?
De voorzieningen kunnen per gemeente verschillen. In de Wmo is sprake van een 'compensatiebeginsel'. Dit houdt in dat de gemeente ervoor dient te zorgen dat inwoners die door bijvoorbeeld ziekte, handicap of ouderdom beperkingen hebben, een beroep moeten kunnen doen op de gemeente om die beperkingen te compenseren met voorzieningen, zodat ze in staat zijn een huishouden te voeren, zich in en om hun woning kunnen verplaatsen, zich lokaal kunnen verplaatsen met een vervoermiddel en andere mensen kunnen ontmoeten en met hen sociale contacten aangaan. De gemeente moet bij het compenseren rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de burger en mag meewegen in hoeverre de inwoner zelf in staat is de kosten van een voorziening te betalen.

