In de stad Groningen is de stijging van het aantal werklozen in de bijstand minder groot dan landelijk. In Groningen was de groei tussen eind 2009 en begin 2011 7,4 procent. Landelijk was dat 8,9 procent.
De stijging in de stad is minder dan verwacht. “Dat komt vooral doordat de instroom beperkt is gebleven”, stelt de gemeente. “Waarschijnlijk heeft dit te maken met de betrekkelijke lage conjunctuurgevoeligheid van de Groningse werkgelegenheid.”
Niet-westers
Het aandeel bijstandsgerechtigden dat langdurig (langer dan vijf jaar) een uitkering krijgt, is toegenomen. Eind 2009 bestond 38 procent van de uitkeringen uit klanten die vijf jaar of langer een uitkering ontvangen, eind december 2010 is dat percentage gestegen tot 44 procent. Het aandeel jongeren is licht toegenomen (van 11 naar 12 procent). Ruim een kwart van de uitkeringsgerechtigden (28 procent) heeft een niet-westerse achtergrond.
Lening
Van de bijstandsklanten van de gemeentelijke dienst Sociale Zaken en Werk (SOZAWE) zijn 55 mensen uitgestroomd die onder het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) vielen. Op grond van de Bbz kunnen werklozen met behoud van uitkering een eigen bedrijf beginnen. Ze kunnen ook een lening voor bedrijfskapitaal ontvangen. De inkomsten uit het bedrijf worden gekort op de uitkering. Van de groep van 55 uitstromers kunnen veertig mensen zich als zelfstandige redden.
Loondienst
Steeds meer bijstandsgerechtigden melden zich aan voor een Bbz-uitkering. Niet alleen in Groningen, ook landelijk is dat de trend. “Deze toename heeft te maken met de economische crisis”, zegt de gemeente. “Het is moeilijker een baan in loondienst te vinden. Meer mensen gaan op zoek naar alternatieven en richten zich op het zelfstandige ondernemerschap.”

