Archeologie in Groningen

U bent hier: Home Stadsgeschiedenis Archeologie in Groningen
Archeologie in Groningen
Document acties

Alles over archeologie in de gemeente Groningen.

Inleiding
Betere bescherming

Stadsarcheologie en gemeentelijke archeologie
Beschermde archeologische monumenten

Opgravingen 

Inleiding

Archeologie is de 'studie van het verleden' en kijkt naar (veranderingen in) vroegere samenlevingen, aan de hand van sporen, gebruiksvoorwerpen en andere objecten, die in de bodem bewaard zijn gebleven. Dat noemen we bodemarchief. Dit archief is soms duizenden jaren oud.
Papkom
Deze papkom (circa 1600) werd gevonden bij opgravingen aan de Matsloot.

Betere bescherming

In 1992 is op Europees niveau het Verdrag van Malta ondertekend,  waarin de lidstaten van de Raad van Europa  afspraken het bodemarchief beter te beschermen. In Nederland is dat uiteindelijk vertaald in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg die sinds 1 september 2007 van kracht is. In de wet is vastgelegd dat gemeenten bij het vaststellen van hun bestemmingsplannen rekening houden met bekende of te verwachten archeologische waarden. Hoe eerder de aanwezigheid van archeologische waarden of verwachtingen bekend is, hoe soepeler dat gaat.


Damstersluis
Vóór de bouw van de ondergrondse parkeergarage aan het Damsterdiep werden bij opgravingen de oude sluis en de oude kademuren teruggevonden.

Stadsarcheologie en gemeentelijke archeologie

De gemeente Groningen heeft een omvangrijke historische stadskern. De aanwezige gebouwen, vondsten en sporen geven ons een kijkje in het Groningen van honderden jaren geleden. Niet alleen boven de grond, maar ook onder de grond zijn veel aanknopingspunten bewaard gebleven die ons wegwijs kunnen maken in het verleden van Groningen. Echter, ook het buitengebied van Groningen met onder andere de dorpen Hoogkerk, Leegkerk, Noorddijk, Engelbert en Middelbert herbergt belangrijke archeologische resten..
De gemeentelijke archeologie wil er daarom voor zorgen:
•    dat archeologische gegevens in de bodem veilig bewaard blijven (de beste bewaarplaats), of
•    dat archeologische gegevens worden veilig gesteld door opgravingen uit te voeren,
•    dat archeologisch vindplaatsen (o.a. wierden) in hun omgeving bewaard blijven in het cultuurhistorische landschap,
•    dat de geschiedschrijving van de gemeente wordt verrijkt door het uitvoeren van archeologisch (en cultuurhistorisch) onderzoek.

vindplaats in landschap
Luchtfoto van ‘De Huppels’, de middeleeuwse versterking van de heren van Selwerd

Er worden alleen opgravingen gedaan wanneer het bodemarchief niet op zijn huidige plek bewaard kan blijven, bijvoorbeeld omdat er in een huis een nieuwe kelder wordt gegraven of omdat er een nieuwbouwwijk wordt gebouwd. Om uit te maken of er archeologische gegevens in de bodem aanwezig zijn, worden soms grondboringen uitgevoerd of er worden proefopgravingen verricht in de vorm van proefsleuven.

Beschermde archeologische monumenten

Groningen telt 32 terreinen (voornamelijk wierden) die door de rijksoverheid zijn aangewezen als beschermd archeologisch monument. Alle archeologische rijksmonumenten liggen ten noorden en ten noordwesten van de stad.
Dorkwerd
Een beschermd archeologisch monument: de wierde van Dorkwerd gezien vanuit het noorden (foto R. Leegstra)

Sinds 1 juli 2008 heeft Groningen – als aanvulling op de Rijksmonumenten – ook 22 archeologische gemeentelijke monumenten aangewezen. Deze zijn archeologisch gezien even waardevol als de rijksmonumenten, maar worden beschermd via de gemeentelijke erfgoedverordening. Daarnaast zijn er nog terreinen en gebieden beschermd via regels in bestemmingsplannen.
Zowel de Monumentenwet als de voorschriften van de bestemmingsplannen regelen de omgang met het bodemarchief in die gebieden.
Tenslotte zijn er terreinen beschermd via de erfgoedverordening. Deze archeologische percelen zullen op termijn beschermd worden in het desbetreffende bestemmingsplan, maar zijn te belangrijk om nu ‘beschermingsloos’te blijven.

Opgravingen

Wanneer er aanwijzingen zijn voor archeologische sporen, dan wordt er een opgraving uitgevoerd. In principe ligt het opdrachtgeversschap bij de ‘verstoorder’ van het bodemarchief, die daarvoor een archeologisch bedrijf kan inhuren (een lijst is te vinden op de website van de SIKB). Omdat de gemeente zelf ook een opgravingsvergunning heeft, voert zij soms zelf ook opgravingen uit in samenwerking met de Stichting Monument en Materiaal. Dat betreffen dan vaak opgravingen die voortkomen uit gemeentelijke projecten, zoals de parkeergarage aan het Damsterdiep of de nieuwe Oostwand aan de Grote Markt. 

Tijdens een opgraving worden de gevonden structuren en materialen nauwkeurig vastgelegd.

Tijdens een opgraving worden alle sporen vastgelegd in tekeningen, beschrijvingen en foto's. De gedane vondsten worden verzameld. In de gemeentelijke bewaarplaats voor bodemvondsten worden de vondsten schoongemaakt en bewaard, de tekeningen worden verwerkt en geïnterpreteerd en er worden verslagen gemaakt. De verslagen worden gepubliceerd in de digitale reeks 'Stadse Fratsen'.


Kastelen aan de noordkant van de stad
Vanaf 1999 hebben er op een terrein aan de Zernikelaan enkele opgravingen plaatsgevonden die de sporen van drie belangrijke kasteelachtige bouwwerken hebben blootgelegd. Door de vondst van een grote hoeveelheid kloostermoppen werd in dat jaar een uitgebreid archeologisch onderzoek opgezet dat de restanten van een 13e eeuws steenhuis aan het licht bracht. Bij opgravingen in de daarop volgende jaren bleek dat er nog twee andere kasteelterreinen in de directe nabijheid van het eerder gevonden steenhuis hebben gestaan. De grootste van de twee is uit ongeveer 1200, de tweede uit de periode 1250-1300. Evenals het als eerste gevonden steenhuis, genaamd De Huppels, lagen de versterkingen aan de huidige Paddepoelsterweg in een ‘landje’ dat Selwerd heette. Rond 1200 hadden de eigenaren, de heren van Selwerd het daar en in de stad zelf voor het zeggen. Al snel leverde dat oorlogjes op met vrijgevochten stadjers. Roofridder Rudolf, ingetrouwd in de Van Selwerds, maakte ook het Reitdiep onveilig, waar hij schepen beroofde en zo de handel van de stad ondermijnde. In het midden van de 14e eeuw kwam een eind aan hun macht: de steenhuizen werden respectievelijk in 1338, (vermoedelijk) 1352 en 1357 gesloopt. In het laatstgenoemde jaar werd ook de roemruchte Rudolf, de laatste ‘heer’ van Selwerd, onthoofd.
De opgravingen geven een interessant beeld van de versterkingen van de heren van Selwerd. De sloop illustreert bovendien ook heel mooi de verschuiving in de machtsverhoudingen ten noorden van de stad in het midden van de 14e eeuw.