Gedichten van Anneke Claus

U bent hier: Home Stadsdichter Gedichten van Anneke Claus
Gedichten van Anneke Claus
Document acties

 

 

Per slot van rekening
Sleutel
A priori

Broodje beleg
Saalien blues 

Per slot van rekening

(Afscheid Jacques Wallage)

Men moest maar niet
de man met de toren verwarren

die zijn schaduw werpt
over het plein.

Nog eenmaal staat de bleke chauffeur
naast zijn wagen en rookt. Hoog de zon.

Als andere dagen
voert de lijnrechte weg naar het centrum.

Jacques W's hand rust op de aktentas.
Ze wachten meer dan ooit op hem

en weten al wat hij gaat zeggen.

Sleutel

(Stadjerspas)

Je bent in Stad geboren.
Je bent niet in Stad geboren. Je woont er.

Je hebt een moeder die uit Stad komt.
Je hebt geen moeder die uit stad komt.

Je hebt een grootvader die er elke steen kent.
Je hebt geen grootvader. Hij is er van zijn leven niet geweest.

Of je Stadjer bent. Dat kun je niet zien
aan je huis, je klof, je blauwe ogen.

Wel op de kaart. Simpel als wat.
Hier liggen de grenzen. Daar houdt het op.

Je hebt een pas die toegang geeft tot de wereld.
Brood had je al. Nu nog spelen.

A priori

(Groninger Forum)

Op de computeranimatie
staat tot uw verbazing
de voordeur wijdopen.

U zweeft binnen als het ware.
Lichtbakens veelvoud. Iedereen is er al.

Hangjeugd op de trap, dikke Frans
van het filmtheater, duiven koerend, levensecht.

Volgt een opwaartse beweging.
Door talloze onzichtbare handen gedragen
naar het dak. Wereld aan uw voeten.

Nu zwenkt de camera.
U bent bezweken. Denkt u zich eens in.
Zelfs dat hebben ze voor u bedacht.

Broodje beleg

(Bommen Berend)

Het doet er niet toe wie je bezet
waar het om gaat is wie je bevrijdt, zei iemand
die er geen verstand van had.

Een Mof is nog altijd geen Spanjaard. Allebei wijven, maar
de één smijt met kruit, de ander rookt je langzaam uit.

Ook wel eens horen roepen:
oorlog overal hetzelfde.

Hadden wij ook Watergeuzen waren we al blij
met roggebrood voor onder de gekaakte haring.

Hoor ik daar iemand zijn bloedeigen gijzelaar de hielen likken?

Nee, dat is het geluid van het wassende water.
Je grootste vijand is je beste vriend.


Saalien blues


Het was een hels kabaal toen de gletsjers
de Hondsrug omhoog duwden -

Daar lag hij: een blinde zandworm in de klei -

en toen daaruit, huis voor huis, het dorp verrees.
De veldkeien weg, onvermijdelijk de ratelwagens

motorvoertuigen, fanfares.

De natte brug weet er alles van
dat kun je horen aan hoe diep hij zwijgt.


Vanmorgen heeft een vakkenvuller me 'fossiel' genoemd.
Niet met zoveel woorden, maar wel bijna.

'Mevrouw, ik heb het idee dat u al sinds de prehistorie
in deze Super komt, klopt dat?'

Die brug en ik, denk ik
wij begrijpen elkaar.