Architectuurhistorie

U bent hier: Home Architectuur Architectuurhistorie
Architectuurhistorie
Document acties

Architectuurhistorisch onderzoek omvat niet uitsluitend het onderzoek naar de architectonische verschijningsvorm van een gebouw, maar ook naar de vormgeving, decoraties, toegepaste materialen en de stijl waarin het gebouwd is. De gemeente Groningen voert architectuurhistorisch onderzoek uit voor inventarisaties, monumentenselecties, het tot stand komen van bestemmingsplannen en bij de eventuele aanwijzing van monumenten en beschermde stadsgezichten. In dat laatste geval worden zogenaamde redengevende omschrijvingen en waardebepalingen opgesteld. 

verkenningsplattegrond


damsterdiep 215
Voorgevel en werktekening van het Van Houtenhuis aan het Damsterdiep tijdens onderzoek naar de ouderdom en monumentale waarden van dit gebouwencomplex.


Maar ook aspecten van de stedelijke bebouwing als geheel en het ontwikkelingsproces van de stedenbouw zijn onderdeel van architectuurhistorisch onderzoek. Hier gaat het meer om de specifieke ligging van een gebied of gebouw in zijn omgeving en de relatie tussen beide. Stedenbouwkundige en/of landschappelijke elementen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Belangrijkste hulpmiddelen bij het architectuurhistorisch onderzoek zijn archiefonderzoek, bewoningsgeschiedenis, informatie van de bewoners/eigenaren en historisch kaart- en fotomateriaal.  Een grondige analyse van de onderzoeksgegevens kan een schat aan gegevens opleveren die nuttig is bij restauraties of verbouwingen.
Voor de interpretatie van specifieke voorwerpen als beeldende kunst, behangsels, wandbeschilderingen of bijzondere voorstellingen of symbolen in bijvoorbeeld stucwerkdecoraties of glas-in-lood is vaak kunsthistorisch onderzoek noodzakelijk.

Tochtdeur Hereweg 68
Tochtdeur met geslepen glas in een van de aan te wijzen panden aan de Hereweg, 1890.

Aanwijzing monumenten

Bij de aanwijzing in het kader van de Monumentenwet van 1961 werden alleen gebouwen van vóór 1850 aangewezen als monument. In de daarop volgende decennia nam de aandacht voor jongere monumenten weliswaar toe, maar de inventarisaties en monumentenaanwijzingen van bouwkunst en stedenbouw bleven toch beperkt tot de periode 1850- 1940. Daarbij waren de gegevens van bouw- en architectuurhistorisch onderzoek onmisbaar.

Slingerpand
Slingerpand O. Ebbingestraat

Pas na 2000 komt er belangstelling voor de naoorlogse monumenten (1940- circa 1970). Concrete aanleiding in Groningen is de sloop van een bijzonder schoolgebouw van architect Coen Bekink met een bijzonder kunstwerk aan de gevel. Het kunstwerk kon ternauwernood gered worden, de school niet. Vervolgens zijn de naoorlogse bouwkunst en stedenbouw in kaart gebracht en dit heeft geleid tot de aanwijzing van 75 naoorlogse gemeentelijke monumenten. Bijzonder hierbij is dat sommige architecten nog in leven waren en geïnterviewd konden worden, wat interessante gegevens uit de eerste hand opleverde. Ook kwam er uniek fotomateriaal tevoorschijn, evenals opvallende uitingen van beeldende kunst in gebouwen uit de jaren vijftig en zestig.

papiermolen schets
Schetsen voor geschilderde zwembewegingen op de betonnen rand d van de tribune van het openluchtzwembad De Papiermolen, circa 1955. Ontwerp: gemeentearchitect J.H.M. Wilhelm.