Rapporten

U bent hier: Home Gemeenteraad Rapporten
Rapporten
Document acties

ONDERZOEKEN

  • Onderzoek krachtwijken
  • In 2007 zijn door het rijk in totaal 40 krachtwijken aangewezen, waarvan er twee in Groningen, de Korrewegwijk en De Hoogte. Naast het lokale beleid (o.a. in het kader van het Lokaal Akkoord) komen er met het krachtwijkenbeleid extra middelen van het rijk beschikbaar met de bedoeling om de leefbaarheid in de krachtwijken in tien jaar tijd aanzienlijk te verbeteren. De rekenkamercommissie heeft in 2010 besloten onderzoek te doen naar de Groningse krachtwijken met als doel zicht te krijgen op de mate van succes van het gevoerde beleid en de betrokkenheid van de raad in kaart te brengen. De onderzoeksvragen zijn gericht op de vraag of het krachtwijkenbeleid tot nu toe succesvol is geweest en doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd.

        Onderzoek krachtwijken (november 2011,  2.41 Mb)

 

  • Onderzoek jongerenwerk
    De rekenkamercommissie heeft zich in dit onderzoek gericht op de doeltreffendheid van het jongerenwerk. Daarvoor is gekeken naar het verband tussen wat de raad qua beleid op dit gebied is vastgesteld en hoe er in de praktijk vorm en inhoud aan wordt gegeven. Uit het onderzoek blijkt dat die verbinding lastig kan worden gelegd omdat de doelen op beleidsniveau tamelijk globaal zijn omschreven. Ook bestaan er onvoldoende afspraken over de wijze waarop de resultaten van het jongerenwerk in de praktijk worden teruggekoppeld. Daardoor is het voor de raad heel lastig om te sturen op de uitvoering van het jongerenwerk in de praktijk. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat de diensten bij de gemeente Groningen die te maken hebben met het jongerenwerk te weinig structureel overleg voeren en dat de verantwoordelijkheden onvoldoende zijn vastgelegd. 
    Dit onderzoek is een zogenaamd Doe mee-onderzoek, wat betekent dat het onderzoek op hetzelfde moment is uitgevoerd voor verschillende lokale rekenkamers. Onderzoeksbureau Jacques Necker heeft dit onderzoek voor 15 rekenkamers uitgevoerd en er een slotnotitie over geschreven. Omdat Groningen later aan het onderzoek meedeed, is Groningen niet in de slotnotitie opgenomen, maar is er wel een vergelijking gemaakt met de uitkomsten elders. Deze vergelijking is in het rapport opgenomen, de slotnotitie vindt u hierbij.

    Onderzoek Jongerenwerk, brug tussen beleid en praktijk (april 2010, 780 kB)
    Effectief Jongerenwerk, blijven schakelen met het wijkniveau (april 2010, 1.36 MB)
  • Onderzoek personeelsontwikkeling
    In dit onderzoek heeft de rekenkamercommissie zich gericht op de ontwikkeling van de personeelsomvang van de gemeente Groningen. Dit onderzoek stond in het licht van de bezuinigingsoperatie 2004 – 2007, de autonome groei van de formatie en de forse groei van de externe inhuur. Uit het onderzoek komt naar voren dat de bezuinigingsoperatie adequaat is uitgevoerd. Van de te bezuinigen 387 arbeidsplaatsen zijn er eind 2007 354 fte’s gerealiseerd. Ondertussen is de organisatie in dezelfde periode ook weer gegroeid door uitbreiding van werkzaamheden, overdracht van taken van het rijk en nieuwe projecten, in totaal een groei van 134 fte’s. De externe inhuur is fors gegroeid, met uitgaven van 18 miljoen euro in 2005 naar 30 miljoen euro in 2007. Een verband tussen de groei van de externe inhuur en de krimp van het eigen personeel kan in het onderzoek niet worden aangetoond. De groei van de externe inhuur kan verklaard worden door de uitvoering van nieuwe beleidstaken, zoals de Duurzaamste stad, en het grote aantal projecten, zoals de oostwand van de Grote Markt met het Groninger Forum en de aanpak van de zuidelijke ringweg.

    Onderzoek Personeelsontwikkeling, januari 2010 (pdf, 654 Kb)

  • Onderzoek Erfpacht in Groningen
    Op verzoek van de raad heeft de rekenkamercommissie onderzoek gedaan naar erfpacht. In Groningen zijn in totaal 614 erfpachtpercelen in erfpacht uitgegeven, waarvan het merendeel zich in de binnenstad bevindt. Erfpachters betalen een jaarlijkse vergoeding voor het gebruik van de grond, de zogenaamde canon. Uit het onderzoek komt naar voren dat bij de doelstellingen voor het instellen van erfpacht (gemeente wil zeggenschap blijven houden op de grond en waardevermeerdering moet toekomen aan de gemeente) de nodige vragen kunnen worden geplaatst. Ook via andere manieren kan de gemeente zeggenschap over de grond houden en het toekomen van de waardevermeerdering betreft alleen de weinige erfpachtpanden in de (binnen)stad, terwijl heel veel anderen ook profiteren van de investeringen in de binnenstad door de gemeente. Verder is het onvoldoende duidelijk op welke wijze de waardering van erfpachtgrond tot stand komt. De rekenkamercommissie constateert dat dit onvoldoende transparant is voor de erfpachter.

    Erfpacht in Groningen, september 2009 (pdf, 1590 Kb)
  • Ex ante onderzoek G-kracht
    De rekenkamercommissie heeft nog voor het vaststellen van de beleidsnota G-kracht onderzocht of het voorgestelde beleid voldoende voorwaarden voor succes bevat. Dat biedt de mogelijkheid om nog voor de uitvoering van beleid aanpassingen aan te brengen, als dat nodig mocht zijn. De rekenkamercommissie concludeert dat onvoldoende duidelijk wordt gemaakt waarom het voorgestelde beleid tot succes zou leiden. De samenhang tussen de geconstateerde problemen, de doelstelling en de voorgestelde maatregelen is niet duidelijk. Daarom is het de vraag of de inzet van middelen van drie miljoen euro per jaar goed zal zijn besteed.
    Ex-ante onderzoek G-Kracht , september 2009 (pdf, 808 Kb)
  • Onderzoek lokale lasten
    Op verzoek van de raad heeft de rekenkamercommissie in beeld gebracht welke aspecten een rol spelen bij de politieke besluitvorming rond lokale lasten. De lokale lasten bestaan uit belastingen en heffingen. De commissie adviseert de gemeenteraad om stil te staan bij de vraag of een belasting vooral bedoeld is om inkomsten te verkrijgen of om gedrag te beïnvloeden. Is gedragsbeïnvloeding het hoofddoel dan moet de discussie gaan over de vraag met welk tarief het gewenste gedrag wordt bereikt. De gemeenteraad past veel tarieven jaarlijks automatisch aan de loon- en prijsstijgingen aan. De politieke discussie gaat nu vooral over de hoogte van deze zogenoemde indexatie. Verder adviseert de rekenkamercommissie om een duidelijk overzicht op te stellen van alle lokale lasten. Dit overzicht zou moeten aangeven met welke doelen die lokale lasten zijn ingesteld en welke keuzes de gemeenteraad kan maken ten aanzien van onder meer kostendekkendheid, kwijtschelding en inningskosten.

    Onderzoek lokale lasten, februari 2009 (pdf, 1,39 Mb)

  • Quick scan Wmo
    In februari 2008 heeft de raad het beleidsplan WMO 2008 – 2010 vastgesteld. Daarin zijn de doelen voor de uitvoering van de Wmo vastgelegd. De rekenkamercommissie heeft een quick scan laten doen naar het Wmo-beleid, met deze nota als zwaartepunt. Daarbij stond de vraag centraal of de raad op basis van de in het beleidsplan vastgestelde doelen voldoende kon sturen en controleren. Uit deze quick scan, die is uitgevoerd door onderzoeksbureau SGBO, komt naar voren dat de doelen niet op alle onderdelen helder zijn vastgesteld zijn. Daardoor kan de raad niet in alle opzichten goed sturen en controleren. Voor het overige is er wel een goede start gemaakt met de invoering van de Wmo. Als positieve punten noemen de onderzoekers de grote aandacht voor de kwaliteitsbewaking van de uitvoering, de goede inzichtelijkheid van de financiën en de uitgebreide wijze waarop de raad is gïnformeerd over de uitvoering van de Individuele Voorzieningen. Wat in het beleidsplan nog onvoldoende uit de verf komt, is de samenhang met andere gemeentelijke beleidsterreinen, zoals het werkgelegenheidsbeleid. De Wmo is een brede wet die veel dwarsverbanden heeft met andere gemeentelijke beleidsterreinen. Daarom is het belangrijk om die samenhang goed vorm te geven.

    WMO quick scan compleet, januari 2009  (pdf, 288 kb) 

  • Onderzoek parkeerbeleid
    Het gemeentelijk parkeerbeleid richt zich op bereikbaarheid, duurzaamheid en het stimuleren van economische activiteiten. In 2002 heeft de gemeente deze doelstellingen in de nota Parkeren op zijn plek vastgelegd. De rekenkamercommissie heeft zich in dit onderzoek gericht op de wijze waarop het beleid destijds is geformuleerd, hoe het is uitgevoerd in de praktijk en hoe de raad op de hoogte is gehouden van de vorderingen op dit gebied. Uit het onderzoek blijkt dat aan de wijze waarop het beleid is vastgelegd het nodige schort, omdat de te bereiken effecten niet zijn vertaald naar operationele doelen. Hierdoor heeft onderzoek naar het parkeergedrag niet tot nauwelijks plaatsgevonden en is dus niet bekend of de genomen maatregelen het gewenste effect hebben gehad.
    Op zich bevat het parkeerbeleid alle elementen die je van een stad als Groningen zou mogen verwachten, maar waar het aan ontbreekt zijn middelen om te kunnen sturen. Hiervoor zijn SMART-doelstellingen nodig die een vertaling krijgen in de praktijk. De uitvoering heeft de afgelopen jaren voornamelijk plaatsgevonden op basis van een soort fingerspitzengefühl van de medewerkers van het parkeerbedrijf.
    In 2003 werden de eerste parkeergarages door de gemeente in exploitatie genomen. Deze ommekeer betekende een forse toename van het ondernemersrisico voor de gemeente. Vervolgens is besloten tot de bouw van de parkeergarages CiBoGa, Euroborg en Damsterdiep, die ook door de gemeente zelf worden geëxploiteerd. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeentelijke parkeerorganisatie administratief gezien onvoldoende was toegerust om de hierbij horende risico's goed te kunnen beheersen. Pas in 2007 is er een uitgebreide financiële analyse opgesteld, die een goed inzicht geeft in de gedane investeringen en de te verwachten opbrengsten. 
    In 2002 was al door het college van B&W toegezegd dat de raad jaarlijks zou worden geïnformeerd over de ontwikkelingen van het parkeerbedrijf. Deze jaarlijkse rapportage is echter niet van de grond gekomen, waardoor de informatievoorziening aan de raad over het parkeerbeleid onvoldoende is geweest.

    pdf download:
    Meten is weten

     

  • Onderzoek DSW Stadspark
    De DSW Stadspark is de dienst van de gemeente Groningen die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening (WSW). Bij de dienst werken ongeveer 1900 mensen. De rekenkamercommissie heeft onderzocht of er een verklaring is te vinden voor de relatief hoge gemeentelijke bijdrage aan de DSW. De laatste jaren gaat het om een bedrag van ruim 5 miljoen euro per jaar. Uit het onderzoek blijkt dat dit niet verklaard kan worden door het feit dat de DSW een veel socialer beleid voert dan andere SW-bedrijven in Nederland. De hoge bijdrage wordt veroorzaakt door een relatief hoge inschaling van het personeel, het achterblijven van de netto toegevoegde waarde per medewerker en de structurele kosten die de gedeeltelijke overname van Zodiak, het provinciale werkvoorzieningschap, in 2000 nog steeds met zich meeneemt. Verder valt op dat raad en college van B&W niet de positie van de DSW hebben aangegeven met het oog op de drie deels tegengestelde doelstellingen die voor ieder SW-bedrijf relevant zijn: de productiedoelstelling, de re-integratiedoelstelling en de sociale doelstelling. Ook is niet duidelijk welke positie de DSW inneemt binnen het gemeentelijke arbeidsmarktbeleid. De rekenkamercomissie doet de aanbeveling aan de raad om over deze twee kwesties een duidelijk standpunt in te nemen, zodat de DSW op doelen kan worden gestuurd en niet alleen op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage.
    Naast het onderzoeksrapport zijn er twee bijlagen toegevoegd. In de ene (facts and figures) wordt in tabellen en overzichten de positie van de DSW vergeleken met diverse andere SW-bedrijven. Dit overzicht kan als aanvullend op het onderzoek worden beschouwd. De andere bijlage bevat een presentatie over de invoering van de modernisering Wet Sociale Werkvoorziening.

    pdf

    download:



  • Onderzoek CiBoGa
    CiBoGa betreft een groot en ambitieus bouwproject aan de rand van de binnenstad. Vanaf 1995 zou dit project bestaande uit woningen, kantoren en detailhandel gerealiseerd worden. Gedurende het project waren er echter een aantal tegenvallers, waardoor de oorspronkelijke planning steeds opschoof. De rekenkamercommissie onderzocht hoe de informatievoorziening over dit project aan de raad is verlopen sinds 1995. Als de raad op adequate wijze van  informatie wordt voorzien, dan kan de raad dan ook politieke keuzes maken met het oog op de voortgang. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het college van B&W de raad onvoldoende in staat heeft gesteld om politiek te kunnen sturen op het project CiBoGa en de uitvoering goed te kunnen controleren. Ook constateert de rekenkamercommissie dat er geen afspraken bestaan tussen college en raad over de kwaliteit, kwantiteit en tijdstip van de informatievoorziening. Door middel van een handreiking doet de rekenkamercommissie aanbevelingen om de informatievoorziening aan de raad te verbeteren.

    pdf download:
    Rapport CIBOGA 6 februari 2006

    Bijbehorend persbericht


  • Onderzoek Veilingterrein
    Op verzoek van de gemeenteraad heeft de rekenkamercommissie onderzoek gedaan naar het veilingterrein. Dit is in 1997 aangekocht door de gemeente met als doel het terrein te herontwikkelen. De verwachting daarbij was dat dit budgettair neutraal zou kunnen. Toen er in 2005 een voorstel aan de raad werd voorgelegd, bleek dat de gemeente een bedrag van 4,7 miljoen euro moest bijleggen. Uit het onderzoek komt naar voren dat het college zich niet aan alle afspraken uit het raadsbesluit van 1997 heeft gehouden en dat het college besluiten heeft genomen die behoren tot de bevoegdheid van de raad. Ook is de raad op een aantal punten onvolledig geïnformeerd, zoals bij het wijzigen van de bestemming van het veilingterrein. Daardoor werd het een stuk moeilijker om nog een budgetneutrale bestemming voor het terrein te realiseren. De rekenkamercommissie doet aanbevelingen om de raad echt beter op de hoogte te houden van de uitvoering van raadsbesluiten. Ook dienen de raad en het college van B&W betere afspraken te maken over de manier waarop de raad van informatie wordt voorzien.
    pdf download:
    Rapport Veilingterrein 31 januari 2006

    Bijbehorend persbericht


  • Onderzoek slot- en nacalculaties
    Het betreft hier een nazorgonderzoek naar de uitwerking van een eerder door de rekenkamercommissie uitgevoerd onderzoek uit 1998 naar slot- en nacalculaties. Destijds is afgesproken dat het college van B&W aan de raad de afrekening van grote projecten in de stad aan de raad zou voorleggen. Daarmee zou de raad goed kunnen controleren of projecten volgens plan zijn uitgevoerd en binnen het door de raad beschikbaar gestelde budget. Uit dit nazorgonderzoek blijkt dat er vanaf 2002 geen slot- of nacalculaties aan de raad zijn voorgelegd. Het gaat daarbij om gemeentelijke investeringen in onder andere nieuwe woonwijken als de Held en Van Starkenborg. Ook van de nieuwbouw van een aantal Vensterscholen en de aanleg van de OV-as Peizerweg is nog steeds geen nacalculatie aan de raad voorgelegd. In zijn reactie erkent het college dat er inderdaad een achterstand is opgetreden en geeft het aan dat er op korte termijn, nog dit jaar een inhaalslag zal worden gemaakt.
    pdf download:
    Nota van bevindingen slot- en nacalculaties
  • Onderzoek aanbesteding reïntegratietrajecten (juni 2004)
    Onderzoek naar de bestekken die de dienst Sociale Zaken en Werk (SOZAWE) heeft gebruikt bij de aanbesteding van reïntegratietrajecten voor werkzoekenden in de periode december 2002 - maart 2003. Vraag hierbij was of de bestekken ertoe leiden dat de gemeente uiteindelijk het beste reïntegratiebedrijf selecteert. De Rekenkamercommissie concludeert dat de gemeente met de reïntegratiebedrijven duidelijker afspraken moet maken over te behalen resultaten en dat goed moet worden bijgehouden welke trajecten voor welke groepen werkzoekenden goede resultaten opleveren.

    pdf download:
    Onderzoek aanbestedingsbeleid


  • Onderzoek Sociaal Structuurplan (mei 2004)
    Het onderzoek naar het Sociaal Structuurplan, een van de drie deelplannen van de Stadsvisie (hét beleidsdocument van de gemeente Groningen tot 2010) betreft een onderzoek naar de informatievoorziening aan de raad over het Sociaal Structuurplan van 1999 tot 2004. Uit het onderzoek komt naar voren dat deze informatievoorziening nogal gebrekkig is geweest, waardoor de raad in dit debat eigenlijk buitenspel is gezet door het college.
    pdf download:
    Onderzoek Sociaal Structuurplan


  • Onderzoek subsidiëren van instellingen (januari 2004)
    Onderzoek naar de manier waarop instellingen die door de gemeente worden gesubsidieerd, worden gecontroleerd en afgerekend op de prestaties die ze hebben geleverd. Doel van het onderzoek was om in beeld te krijgen of de gemeente voldoende toezicht houdt op deze instellingen. De Rekenkamercommissie concludeert dat dit toezicht over het algemeen vrij goed is, maar dat dit nog wel scherper kan en dat controlerende en begeleidende bevoegdheden van ambtenaren uit elkaar getrokken moeten worden.
    pdf download:
    Onderzoek gemeentelijke subsidies


  • Onderzoek 'Complex Terrein', naar het gemeentelijk grondbeleid (september 2003)
    Het onderzoek Complex Terrein gaat in op de vraag hoe het gemeentelijk grondbeleid is georganiseerd en hoe hier in de praktijk uitvoering aan wordt gegeven. Doel ervan was om de raad meer inzicht te verschaffen in deze ingewikkelde materie. Voor de verbetering van het toezicht en inzicht heeft de Rekenkamercommissie 19 aanbevelingen gedaan, onder andere over het afromen van winsten op projecten, het bijhouden van goede dossiers en het tijdig informeren van de raad over afwijkingen tijdens het uitvoeren van grondexploitatieprojecten.
    pdf download:
    Onderzoek 'Complex terrein'


  • Onderzoek effectiviteit naar de hulpverlening door de MJD (Maatschappelijk-Juridische dienstverlening) (februari 2002)
    Onderzoek naar het in beeld krijgen van de opbrengst van de hulpverlening door de MJD aan zijn cliënten. De gemeente steekt er elk jaar veel geld in, maar wat levert dat nou op? Uit het onderzoek komt naar voren dat de cliënten van de MJD over het algemeen behoorlijk tevreden zijn en dat de MJD goed scoort in vergelijking met vergelijkbare instellingen elders in het land. Wel kunnen er meer verschillende vormen van hulpverlening aangeboden worden en ook zou de MJD een vorm van zelfevaluatie moeten hebben, waarmee de resultaten van de eigen hulpverlening kunnen worden bijgehouden.
    pdf download:
    Brief aan de raad